Box 3: de systematiek nu & straks

Box 3
Box 3
Auteur(s):

Table of content

In box 3 wordt de te betalen belasting sinds jaar en dag berekend via een forfaitair rendement. Met andere woorden: het daadwerkelijk genoten rendement wordt genegeerd en er wordt een forfait in aanmerking genomen. Met de invoering van de Wet IB 2001 was dit forfaitaire was destijds gebaseerd op de aanname dat een belastingplichtige, zonder veel risico te hoeven nemen, over een meerjarige periode bezien, een gemiddeld rendement van 4% kon behalen. Dat 4%-rendement werd vervolgens belast tegen 30%. Toenmalig staatssecretaris van Financiën, Gerrit Zalm, hier zei hier destijds het volgende over:

“Elke sukkel haalt meer dan 4 % rendement. Wie dat niet lukt, kan bij mij staatsobligaties krijgen met een procent of zes rendement.”

Anno 2025 is de werkelijkheid anders en is deze manier van berekenen dan ook door de Hoge Raad bestempeld als strijdig met in het EVRM (en het daartoe behorende Eerste Protocol) vastgelegde mensenrechten. Sinds het Kerstarrest bestaat er een aantal systemen naast elkaar. Hoog tijd dus om onze box 3-reeks te vervolgen met een vergelijking van het huidige hybride systeem met het systeem uit het op dit moment aanhangige wetsvoorstel.

Het huidige wettelijke systeem (2023-2027)

Het huidige systeem werkt nog steeds door middel van een forfait, waarbij een uitsplitsing wordt gemaakt per vermogenssoort die de belastingplichtige in bezit heeft. Deze vermogenssoorten zijn: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor iedere vermogenssoort wordt vervolgens een ander forfaitair rendement in aanmerking genomen.

Stap 1: berekening rendementsgrondslag en grondslag sparen en beleggen

Eerst pakken we de ‘waarde in het economische verkeer’ van alle drie de vermogenssoorten samen. Het saldo heet de ‘rendementsgrondslag’. Daarvan wordt het heffingvrije vermogen van €57.000 afgetrokken (doch niet verder dan onder €0) om tot de ‘grondslag sparen en beleggen’ te komen. Ook is het goed om te weten dat box 3-verplichtingen (doorgaans schulden) slechts in aanmerking genomen worden voor zover zij boven €3.800 uitgaan. Hieronder volgt een rekenvoorbeeld, waarbij de schuld €100.000 bedraagt maar (om de net hiervoor genoemde reden) voor slechts €96.200 in aanmerking genomen wordt.

Het totale vermogen van de belastingplichtige (te zien aan de rechterkant) wordt als basis gebruikt ter bepaling van de box 3-belasting.

Stap 2: berekening rendement en voordeel uit sparen en beleggen

Vervolgens bepalen we het rendement per vermogenssoort. Per 2025 wordt hiervoor een percentage van 1,44% voor spaargeld, 5,88% voor overige bezittingen en 2,62% voor schulden gebruikt. Het forfaitaire rendement op schulden kan worden afgetrokken van het totale belastbare rendement. Het ‘rendement’ is het saldo van die drie forfaitaire rendementsbedragen. Het rendement delen we door de rendementsgrondslag om tot het ‘effectieve rendementspercentage’ te komen. Dit percentage vermenigvuldigen we vervolgens met de grondslag sparen en beleggen om tot het ‘voordeel uit sparen en beleggen’ te komen.

De Belastingdienst noemt het effectieve rendementspercentage niet, aangezien zij het rendement ineens vermenigvuldigen met de breuk van de grondslag sparen en beleggen (teller) en de rendementsgrondslag (noemer). Dit komt op hetzelfde neer als hoe het in de wet staat gestipuleerd.

Hieronder volgt een rekenvoorbeeld, waarbij het ‘werkelijke rendement’ zoals dat door de Hoge Raad is gedefinieerd, niet lager is dan het forfaitair bepaalde rendement.

Stap 3: berekening box 3-belasting

Ten slotte trekken we de persoonsgebonden aftrekpost af van het voordeel uit sparen en beleggen om tot het ‘belastbare inkomen uit sparen en beleggen’ te komen. Dit belastbare inkomen uit sparen en beleggen vermenigvuldigen we met het toepasselijke tarief om de uiteindelijke box 3-belasting te krijgen. Hieronder volgt een rekenvoorbeeld.

Samenloop met aanvullend rechtsherstel conform het Kerstarrest

Mocht het in aldus berekende voordeel uit sparen en beleggen hoger uitvallen dan het ‘werkelijke rendement’, zoals de Hoge Raad dat in juni 2024 heeft gedefinieerd, dan heeft de belastingplichtige het recht om belast te worden over dat werkelijke rendement. Hiertoe kan de belastingplichtige inmiddels een formulier invullen (Opgaaf Werkelijk Rendement, OWR).

Volgens de Hoge Raad omvat het werkelijke rendement daadwerkelijk ontvangen inkomsten uit box 3-vermogensbestanddelen zoals rente op spaargeld, dividend uit box 3-beleggingen, huur uit box 3-vastgoed, rente op box 3-leningen (zowel in- als uitgaand), maar ook de ongerealiseerde waardestijgingen of waardedalingen van die box 3-vermogensbestanddelen. Voor het in aanmerking nemen van afschrijvingen, transactiekosten, onderhoudskosten et cetera is geen plaats ter bepaling van het werkelijke rendement. Als het werkelijke rendement hoger is dan het voordeel uit sparen en beleggen, mag de belastingplichtige leunen op het forfaitaire rendement zoals dat door de wet wordt gefingeerd.

Box 3 vanaf 1 januari 2028

Inmiddels heeft het kabinet de contouren van de nieuwe box 3-wetgeving gepubliceerd. Het doel van dit nieuwe stelsel is om de inkomstenbelasting te heffen over het werkelijke rendement uit sparen en beleggen, mede op basis van de aanwas van vermogen. Dit houdt kortgezegd in dat jaarlijks geheven wordt over gerealiseerde voordelen (dividend, huur, rente en pacht), maar ook over waardeontwikkeling (waarbij negatieve waardeontwikkelingen ook in aanmerking worden genomen). Dit nieuwe ‘werkelijke rendement’ omvat meer posten dan het werkelijke rendement zoals de Hoge Raad het heeft gedefinieerd, aangezien bijv. transactiekosten ook worden meegenomen.

Vermogensaanwas

De vermogensaanwas wordt bepaald door het verschil tussen de waarde in het economische verkeer aan het eind van het kalenderjaarjaar van de bezittingen en schulden, en de waarde in het economische verkeer aan het begin van het kalenderjaar van de bezittingen en schulden. Dit saldo wordt verminderd met stortingen en vermeerderd met onttrekkingen.

Met stortingen wordt vermogen bedoeld dat initieel niet tot de box 3-grondslag behoorde, maar hier wel toe is gaan behoren. De vermindering met de stortingen zorgt ervoor dat elementen die wel leiden tot een hoger eindvermogen, maar niet het resultaat zijn van een vermogensaanwas, buiten de vaststelling van het voordeel blijven.

Omgekeerd wordt vermogen dat aan het vermogensaanwasregime wordt onttrokken weer bij het eindvermogen opgeteld. Stortingen en onttrekkingen worden in aanmerking genomen tegen de marktwaarde ten tijde van de storting/onttrekking.

Vermogenswinst

Voor onroerende zaken en aandelen in ‘startende ondernemingen’ wordt voorgesteld om deze uit te zonderen van het vermogensaanwasregime. Hiervoor zal een vermogenswinstbelasting gelden, waarbij in principe de waardeontwikkeling voor deze vermogensbestanddelen wordt belast bij realisatie, zoals bij verkoop. Tussentijdse waardeontwikkelingen worden dus genegeerd.

Rekenvoorbeeld

Om het e.e.a. cijfermatig inzichtelijk te maken, volgt hieronder een rekenvoorbeeld, waarbij we uitgaan van dezelfde situatie als hiervoor, maar ook het werkelijke rendement hebben toegevoegd.

Aangezien de systematiek in beginsel uitgaat van een aanwasbelasting, waarbij de gerealiseerde en ongerealiseerde rendementen in aanmerking worden genomen, is het onvoldoende om enkel te kijken naar het daadwerkelijk genoten rendement, In het bovenstaande voorbeeld bezit deze persoon aandelen in zijn werkgever. Deze aandelen vallen in beginsel ook onder de vermogensaanwasbelasting, tenzij de onderneming kwalificeert als startende onderneming. Om hiervoor in aanmerking te komen dient de onderneming:

  1. als rechtsvorm een NV of BV te zijn,
  2. niet langer dan vijf jaar geleden te zijn opgericht en
  3. een jaaromzet te hebben die niet hoger is dan € 30 miljoen.
Het nieuwe box 3

In bovenstaande berekening zijn de onderhoudskosten van de tweede woning afgetrokken. Ook is rekening gehouden met een heffingvrij resultaat van € 1.800. Dit is een vrijstelling die iedere belastingplichtige krijgt.

Meer weten?

Plan wat in via onze Calendly-link!

Tags:
Share this article on:
Newsletter

Sign up for our monthly newsletter to stay up to date.