Het coalitieakkoord: witte rook voor box 3

Auteur(s):

Na de langste formatie ooit in de Nederlandse geschiedenis, presenteerden VVD, D66, CDA en CU op 15 december het Coalitieakkoord 2021 – 2025, met de bemoedigende titel “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”. De partijen zetten in hun akkoord onder andere in op het tegengaan van klimaatverandering, het creëren van betaalbare woningen en verbeteren van de gezondheidszorg. Ook kondigen zij onder meer gerichte verlaging van belastingen in het akkoord aan, en willen de partijen een nieuw box 3-stelsel op basis van reëel rendement invoeren. Pasgeleden schreven we dit artikel over box 3, dus dat laatste is extra interessant.

Het huidige box 3-regime

Het inkomen uit ‘sparen en beleggen’, oftewel box 3, wordt sinds 2001 forfaitair belast. Dat wil zeggen; het maakt in feite niet uit wat je met je geld of bezittingen in box 3 doet, je wordt belast op basis van een veronderstelling van je behaalde rendement.

De omvang van het netto vermogen wordt vastgesteld op de peildatum, elk jaar op 1 januari. Hierover werd eerder 4% als forfaitair rendement in aanmerking genomen, maar ondertussen geldt dat als het vastgestelde vermogen groter wordt, het forfaitair rendement ook procentueel hoger wordt. Het veronderstelde rendement wordt vervolgens tegen 31% belast (2021).

En hier zijn een aantal problemen mee. De Hoge Raad heeft tot nu toe meerdere keren gesteld dat de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3 op systeemniveau in strijd is met de bescherming van het recht op eigendom, zoals dat geldt in de Europese Unie (artikel 1 EP EVRM) . Ook heeft bijvoorbeeld Rechtbank Zeeland-West-Brabant belastingaanslagen in box 3 verlaagd voor een echtpaar dat hogere belastingaanslagen ontving dan hun daadwerkelijk behaalde rendement (in het eerder genoemde artikel lees je hier meer over).

Advocaat-Generaal Niessen stelde in zijn conclusie dat de fiscus er met het huidige box 3-regime onterecht vanuit gaat dat belastingplichtigen een groter deel van hun vermogen beleggen naarmate ze vermogender zijn. Die regeling gaat volgens hem voorbij aan de eigen keuze die de belastingplichtige heeft met betrekking tot sparen en beleggen. Degenen die afzien van beleggen betalen daardoor meer belasting dan dat ze rendement krijgen op hun spaargeld. Het ‘confiscatoir’ karakter van de heffing komt daarmee in strijd met artikel 1 EP EVRM, aldus de Advocaat-Generaal.

Uitstel reële rendementsheffing

Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2022, stelde demissionair staatssecretaris Vijlbrief van Financiën voor om beoogde hervormingen van box 3 nog een paar jaar uit te stellen. Een nieuwe box 3-heffing, waarbij wordt geheven over het daadwerkelijk behaalde rendement, zou nog tot zeker 2025 op zich laten wachten.

Maar toch: witte rook voor box 3!

Met de presentatie van het coalitieakkoord 2021 – 2025 en de bijbehorende budgettaire bijlage is de kogel nu echt door de kerk: per 2025 zal er in een nieuw box 3-stelsel op basis van het reële rendement worden opgetogen, waarbij inkomsten uit sparen en beleggen worden belast op basis van het werkelijk behaalde rendement. De vrijstelling in box 3 wordt daarnaast verhoogd naar ca. € 80.000, waardoor je dus tevens minder snel belast zult worden. In het nieuwe box 3-stelsel zal sparen en beleggen dus direct op reëel rendement worden belast. Echter zal de waardeontwikkeling van vastgoed aanvankelijk nog wel forfaitair worden belast, waarbij zo snel als mogelijk de overstap wordt gemaakt naar het belasten van het werkelijke rendement.

Voor belastingplichtigen die alleen of voornamelijk sparen ligt dus een meevaller in het verschiet, gezien de huidige, soms negatieve, rentestanden bij de bank. Voor belastingplichtigen die (bovengemiddelde) rendementen behalen met bijvoorbeeld beleggingen, wordt box 2 wellicht weer een interessante optie.

Meer weten? Neem gerust contact op met een van onze experts.

Tags:
Share this article on:
Share on linkedin
Share on facebook
Share on twitter
Newsletter

Sign up for our monthly newsletter to stay up to date.