Update rechtsherstel in box 3 – uitspraak de Hoge Raad & webinar recap

Auteur(s):

In ons eerdere artikel Rechtsherstel in box 3 – wat volgt er? gingen we in op welke groepen box 3-belastingplichtigen in aanmerking komen voor rechtsherstel en hoe dat rechtsherstel zal worden geboden. Toen we dat vorige week schreven, was er ten aanzien van bepaalde groepen box 3-belastingplichtigen nog onduidelijkheid of zij recht op rechtsherstel zouden krijgen naar aanleiding van het arrest van 24 december 2021 (‘het Kerstarrest). Voordat het kabinet hier duidelijkheid over kon geven, was het aan de Hoge Raad om uitspraak te doen in een arrest over de keuzevrijheid van het kabinet ten aanzien van het bieden van rechtsherstel aan belastingplichtigen. Dat arrest is op 20 mei 2022 gewezen – hierbij de update!

Uitspraak de Hoge Raad

In casu had belanghebbende in de zaak ná het verlopen van de bezwaartermijn een bezwaar ingediend tegen de box 3-aanslag voor de jaren 2015 t/m 2018. Op grond van de wetsystematiek wordt zo’n bezwaar automatisch aangemerkt als een ‘verzoek om ambtshalve vermindering’ in de zin van art. 9.6 Wet Inkomstenbelasting 2001 (‘Wet IB’). Maar op basis van dat artikel en artikel 45aa Uitvoeringsregeling Inkomstenbelasting 2001 (‘Uitv.reg. IB’) vermindert de inspecteur de aanslag niet als de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit nieuwe jurisprudentie. Wat in deze zaak het geval was.

In het arrest van 20 mei stelde de Hoge Raad dat voor belanghebbende de onjuistheid voortvloeide uit het Kerstarrest en dat de aanslagen voorafgaand aan dat arrest onherroepelijk zijn komen vast te staan. Een aanslag staat onherroepelijk vast na het verstrijken van de bezwaartermijn. Op basis van die twee gegevens oordeelde de Hoge Raad dat belastingplichtige geen recht heeft op rechtsherstel op grond van artikel 9.6 Wet IB en artikel 45aa Uitv.reg. IB.

In eerdere jurisprudentie had de Hoge Raad al geoordeeld dat rechtsherstel geboden kan worden indien de heffing van box 3 een individuele en buitensporige last tot gevolg heeft voor de belastingplichtige. Ten aanzien daarvan had een feitenrechter al geoordeeld dat daar in casu geen sprake van was. Om die reden komt de belastingplichtige geen rechtsherstel tegemoet.

In het kort: wanneer wel rechtsherstel?

Niet iedereen heeft dus recht op rechtsherstel. Een meevaller voor de staatskas, maar vervelend voor belastingplichtigen. Rechtsherstel wordt echter wel geboden aan:

  1. Belastingplichtigen die onderdeel zijn van de massaal-bezwaarprocedure;
  2. Belastingplichtigen wiens aanslag over de jaren 2017 tot en met 2020 nog niet zijn opgelegd;
  3. Belastingplichtigen wiens aanslag over de jaren 2017 tot en met 2020 al wel zijn opgelegd, maar nog niet onherroepelijk vaststaan.

Recap Webinar Live at De Hoge Raad | Box 3-rechtsherstel: voor Wie En Welke Jaren?

Vlak na de uitspraak van de Hoge Raad gaven wij een webinar met de samenvatting. Kijk hem hieronder terug!

Vragen? Maak hieronder een afspraak – it’s on us.

Tags:
Share this article on:
Share on linkedin
Share on facebook
Share on twitter
Newsletter

Sign up for our monthly newsletter to stay up to date.