Een tankpas lijkt meer op een creditcard dan op een volle tank. De Europese btw-zaak Vega International.

Verstrekken van tankpassen is een voor de btw vrijgestelde prestatie.

In de ‘Vega International’-zaak heeft het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ EU) zich gebogen over de vraag welk btw regime van toepassing is op de verstrekking van tankkaarten. Het oordeel: die verstrekking vormt een van btw vrijgestelde prestatie. Volgens het HvJ EU moet het namelijk worden gezien als een financiële dienst.

Waar gaat de zaak over?

De Oostenrijkse onderneming Vega International Car Transport and Logistics (hierna: Vega International) houdt zich bezig met het vervoer van bedrijfsvoertuigen vanaf de fabriek naar de klant. Dit transport vindt meestal plaats door haar dochterondernemingen.

De voertuigen worden volgetankt met tankkaarten die Vega International verstrekt aan haar dochterondernemingen. Vega International stuurt voor deze tanktransacties vervolgens  facturen aan de betreffende dochterondernemingen (waaronder Vega Poland) met een opslagpercentage van 2%.

En hoe ontstond het geschil? Vega International verzocht in Polen om teruggaaf van de btw op de met de tankkaart aangeschafte brandstof. De Poolse belastingdienst weigerde teruggaaf, omdat het de overeenkomst tussen Vega International en Vega Poland beoordeelde als een overeenkomst voor de financiering van brandstof (vrijgesteld). En niet, zoals Vega International stelde, als een overeenkomst inzake de levering van brandstof (belast).

Volgens de belastingdienst levert Vega International immers geen brandstof aan de dochterondernemingen, maar financiert het de tankbeurten alleen voor, waarmee het een btw-vrijgestelde financieringsdienst verricht. Vega International stelde beroep in tegen deze beslissing. De Poolse rechter stelde vervolgens prejudiciële vragen aan het HvJ EU gesteld.

De prejudiciële vraag:

De Poolse rechter wil van het HvJ EU weten of, kortgezegd, de verstrekking van tankkaarten en het onderhandelen en financieren van brandstofaankopen onder de vrijstelling voor het verlenen van krediet vallen of dat het samenstel van alle complexe handelingen tezamen kunnen worden aangemerkt als de levering van brandstof.

Het oordeel: de ‘tankkaarten’ vormen een vrijgestelde financieringsdienst.

Het HvJ EU heeft geoordeeld dat Vega International geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting op brandstofkosten. Vega International kan namelijk niet als een eigenaar beschikken over de brandstof. De brandstof wordt namelijk niet aan Vega International, maar aan haar Poolse dochteronderneming geleverd. De enige activiteit die Vega International verricht is dat zij haar dochteronderneming in staat stelt om de brandstof te kopen. Het opslagpercentage dat Vega Int. in rekening brengt, is een vergoeding voor het verrichten van een btw-vrijgestelde voorfinancieringsdienst. Om die reden kan Vega Int. de btw op de brandstof niet in aftrek brengen.

Deze conclusie heeft een brede toepassing:

Deze zaak is van belang voor de dagelijkse praktijk. Het arrest is niet alleen relevant voor bedrijven die tankkaarten aanbieden, maar zeker ook voor leasemaatschappijen, energieleveranciers en uitgevers van passen voor elektrisch laden.

Het feit dat de dienst vrijgesteld is van btw leidt er dus dat de btw op kosten die verband houden met de verstrekking van de passen niet voor aftrek in aanmerking komt. Maar let op ook het recht op btw-aftrek van algemene kosten kan worden geraakt, of ten minste de pro-rata aftrek.

Daarnaast blijkt uit het arrest weer dat indien een ondernemer niet de daadwerkelijke ontvanger is van een prestatie deze ondernemer ook geen recht op teruggave van btw heeft.

Wat is de invloed van dit arrest op andere ondernemers in vergelijkbare rollen, zoals brandstofleveranciers en leasemaatschappijen?

Dat is nu de vraag. Maar speelde deze vraag een aantal jaren geleden ook al niet? Jazeker; in het zogenaamde Auto Lease Holland-arrest oordeelde het HvJ EU namelijk al dat bij dit soort transacties, de brandstof rechtstreeks door de tankstations wordt geleverd  aan (de bestuurders van de) voertuigen. De tankkaartaanbieder financiert deze transacties slechts voor en is dus niet de afnemer van de brandstof en dus heeft de tankkaartaanbieder geen recht op aftrek van btw. In de huidige zaak verwijst het HvJ EU naar haar Auto Lease Holland-arrest en beslist wederom dat de tankkaartaanbieder niet de afnemer van de brandstof is en bovendien dat de prestatie die Vega Int. levert een van btw vrijgestelde dienst is

Dus wat nu? Er is een vangnet. Het Auto Lease Holland-arrest is niet in de Nederlandse wetgeving opgenomen. In Nederland vertrouwen aanbieders van brandstofpassen op een besluit van de Staatssecretaris van Financiën (https://wetten.overheid.nl/BWBR0041125/2018-07-10). In dit besluit wordt de conclusie getrokken dat de aanbieder van de brandstofpas de kosten voor het tanken, die feitelijk zijn voorgeschoten, mag doorbelasten. Deze doorbelasting wordt dan gezien als doorlopende post of als de inkoop en doorlevering van brandstof, waardoor er aan de aftrekzijde geen problemen ontstaan met de btw. Wat het besluit niet vermeldt, is hoe de diensten behandeld worden als zij btw-vrijgestelde voorfinancieringsdiensten blijken te zijn, zoals het HvJ EU nu stelt in het Vega Int.-arrest.

Arresten van het HvJ EU hebben geen directe werking voor de overheid; belastingplichtigen mogen zich er wel op beroepen, maar de Belastingdienst kan de regels niet direct kan toepassen. Daarvoor zal de Staatssecretaris van Financiën de zienswijze van het HvJ EU namelijk eerst moeten implementeren. Dat er nu dus een vacuüm ontstaat, is evident, want wat zijn nu de spelregels? De staatssecretaris zal dus moeten reageren, maar hoe…

Beoordeel nu alvast hoe uw service weg kan blijven van de btw-vrijgestelde sfeer:
Als u als ondernemer in uw dagelijkse praktijk activiteiten verricht zoals de verstrekking van brandstof- en/of laadpassen, of als u voor derden of gelieerde ondernemingen brandstof voorfinanciert, beoordeel dan goed hoe deze contracten/afspraken zijn vormgegeven en beoordeel of u vooruitlopend op mogelijke aanpassingen van de regelgeving in Nederland nu alvast kunt wegblijven uit de btw-vrijgestelde financieringsactiviteiten. Een belangrijk handvat daarbij is de zogenaamde macht om als eigenaar over de brandstof te beschikken. Indien dit eigenaarschap op enig moment bij de brandstofpas exploitant berust, levert laatstgenoemde dus geen financieringsdienst, maar levert hij brandstof. En dan is de prestatie wél btw-belast.

Xander Wamelink