Uitbreiding van de onderzoeksprocedure naar mogelijke staatssteun aan IKEA

Staatssteun blijft de Europese Commissie (EC) bezighouden. Na de figuurlijke tik op de vingers bij de welbekende Starbucks-zaak, stelt de EC haar geluk nogmaals op de proef door het lopende staatssteunonderzoek naar IKEA uit te breiden. In dit onderzoek bepaalt de EC of de Nederlandse entiteit van het Zweedse concern verboden staatssteun heeft ontvangen.

De achtergrond van het staatssteunonderzoek bij IKEA

In 2017 is de EC een formeel onderzoek gestart naar mogelijke staatssteun aan Inter IKEA Systems B.V (de Nederlandse entiteit van de IKEA-groep). Dit onderzoek gaat over een tweetal Nederlandse rulings (uit 2006 en 2011). De EC wil uitzoeken of de inhoud van deze rulings geen verboden staatssteun vormen op grond van artikel 107 lid 1 van het Verdrag Betreffende de Werking van de Europese Unie. Hieronder de feiten van deze rulings:

Feiten en omstandigheden van de 2006-ruling:

  • IKEA bestaat uit twee afzonderlijke groepen: INGKA en Inter IKEA.
  • INGKA is de eigenaar van de IKEA winkels en Inter IKEA is de eigenaar van het IKEA-franchiseconcept.
  • Inter IKEA Systems B.V ontvangt van iedere IKEA-vestiging, waar ook ter wereld, een franchisevergoeding van 3% van hun omzet.
  • Inter IKEA systems B.V. betaalt vervolgens licentiekosten voor het gebruik van intellectueel eigendom aan de Luxemburgse entiteit binnen de groep.

En van de 2011-ruling:

  • Inter Ikea Systems B.V. koopt het intellectueel eigendom van de Luxemburgse entiteit.
  • Ter financiering van deze aankoop is Inter Ikea Systems B.V een intercompany lening aangegaan met de Liechtensteinse moederentiteit.
  • De rente op deze lening werd door Inter Ikea Systems B.V in Nederland afgetrokken.

Het lopende onderzoek richt zich vooral op de omvang van de franchisevergoeding van 3% en de acquisitieprijs van het intellectueel eigendom van de Luxemburgse entiteit en de rentebetalingen door Inter Ikea Systems B.V aan de moederentiteit.

Uitbreiding van het onderzoek

In een brief van 30 april 2020 aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën laten weten dat de Europese Commissie het lopende onderzoek naar IKEA gaat uitbreiden. Vijlbrief geeft in deze brief aan dat de feiten en omstandigheden ten tijde van de start van de formele onderzoeksprocedure gewijzigd zijn. Inmiddels is namelijk ‘gebleken’ dat Inter Ikea Systems B.V. is gaan afschrijven op het in 2012 verworven intellectueel eigendom. De staatssecretaris geeft verder aan niet verder inhoudelijk op de zaken in te kunnen gaan vanwege de geheimhoudingsplicht.

Is er sprake van onverenigbare staatssteun?

Om te bepalen of er sprake is onverenigbare staatssteun wordt er een vast stappenplan gebruikt:

Of Inter IKEA Systems B.V. daadwerkelijk verboden staatssteun heeft verkregen van de Nederlandse staat, zal afhangen van de vraag of sprake is van selectiviteit. De commissie geeft in haar publicatie ”Notion to state Aid” aan dat allereerst het referentiekader bepaald moet worden. Dat de EC moeite heeft met de bepaling hiervan bleek al uit de eerdere Starbucks-zaak, waar de EC een eigen ‘EU-zakelijkheidsbeginsel’ creëerde in plaats van een vergelijking te maken met het (inter)nationale arm’s length beginsel.

De exacte details van de uitbreiding van het onderzoek zijn nog niet bekend. Hierdoor is het voor ons, het externe publiek, nog niet duidelijk waar de schoen wringt. Maar, wat ons betreft zou het één of meer van de onderstaande zaken kunnen zijn:

  • De prijsbepaling van het immaterieel activum;
  • De verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen van Inter IKEA Systems B.V. (de zogeheten debt/equity ratio); en/of
  • De afschrijvingstermijn op het immaterieel activum van Inter IKEA Systems B.V.

Mocht de afschrijvingstermijn het probleem zijn en mocht uit de ruling blijken dat er in 10 jaar (of meer) wordt afgeschreven, dan kan dit wat ons betreft niet kwalificeren als selectief voordeel. In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt namelijk een afschrijvingstermijn van ten minste 10 jaar aangehouden en deze bepaling geldt voor iedere belastingplichtige in Nederland die wil afschrijven op een dergelijk bedrijfsmiddel. Niet erg selectief dus!

Dus?

Binnen de bestaande kaders lijkt het ons onwaarschijnlijk dat er geconcludeerd wordt dat er sprake is van staatssteun. Maar: áls dat gebeurt (bijvoorbeeld op basis van een kunstgreep zoals in ‘the Danish cases‘) moet IKEA het ‘steunbedrag’ wel volledig terugbetalen, met rente. Gezien de onvoorspelbaarheid van cases zoals deze, kunnen wij ons voorstellen dat IKEA’s auditor concludeert dat een voorziening voor dat bedrag op zijn plaats is. En dat betekent een serieus kapitaalsbeslag hangende deze zaak. En dit soort cases duren vaak lang, op zijn zachtst gezegd…

Waarschijnlijk is die afschrikkende werking dan ook deel van het ‘spiel’. En wij hopen dan maar dat het daarbij blijft, want Transfer Pricing is al ingewikkeld genoeg zonder ‘Universeel Europeesrechtelijk TP-beginsel’ in afwijking van de OESO-Richtlijnen!

Wij zijn in ieder geval benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek en houden je op hoogte van nieuwe ontwikkelingen.

Cees Jorissen en Matthew van Zijl