Staatssecretaris: crypto’s zijn nog geen liquide middelen

Afgelopen maandag beantwoordde de Staatssecretaris vragen van de vaste commissie van Financiën over de fiscale aspecten van cryptovaluta Hierin gaf hij enkele inzichten in zijn visie op de fiscale behandeling van crypto’s. Dit is interessant omdat hier bij uitstek een vertaalslag plaats moet vinden van moderne technologie naar traditionele, lang bestaande wettelijke kaders. 

Hoe ziet de Staatssecretaris de functie die crypto’s vervullen ontwikkelen?Uit de brief blijkt dat Staatssecretaris Snel van mening is dat de functie van crypto’s nog niet vergelijkbaar is met die van reguliere valuta’s. Hij sluit echter niet uit dat zij dit in de toekomst wel zo zal zijn . De antwoorden die hij geeft moeten dan ook tegen die achtergrond worden bezien, en daarmee zijn zij nog weinig geschikt om als uitgangspunt te gebruiken. Desalniettemin is het interessant om de ‘overheidsvisie’ op de huidige stand van zaken te zien. Uit de brief: Zoals door de Minister van Financiën in zijn brief aangegeven vervullen cryptovaluta niet of nauwelijks de reguliere functie van geld als een algemeen geaccepteerd betrouwbaar betaalmiddel, oppotmiddel en rekeneenheid.
In deze brief is de huidige stand van zaken weergegeven. De ontwikkelingen omtrent cryptovaluta gaan echter snel. Dit kan betekenen dat de fiscale kwalificatie en behandeling van cryptovaluta in de toekomst aan veranderingen onderhevig kunnen zijn.

Wat is voor ondernemers die zich in crypto’s laten betalen het gevolg van het idee dat crypto’s nog niet dezelfde functie als normale valuta’s vervullen?

Voor menig bedrijf dat ook cryptobetalingen accepteert is het de vraag hoe zij deze crypto’s moeten behandelen bij hun aangifte. Behoren ongerealiseerde koersresultaten bijvoorbeeld tot de belastbare winst? Als cryptovaluta dezelfde behandeling als reguliere valuta zouden hebben (hetgeen voor Box 3 het geval lijkt te zijn), zou dat wel het geval zijn en zouden zij telkens gewaardeerd worden tegen de koerswaarde op balansdatum. De Staatssecretaris geeft echter aan dat crypto’s vooralsnog juist niet vergelijkbaar zijn met ‘normaal’ geld, waardoor er een koersrisico blijft bestaan totdat omwisseling plaatsvindt. Daardoor zijn de crypto’s eerder vergelijkbaar met andere vlottende activa of voorraden dan met liquide middelen. Het gevolg is dat zij gewaardeerd moeten worden op kostprijs of lagere marktwaarde, en dat koerswinsten in de regel pas belastbaar zijn als de omwisseling plaats heeft gevonden terwijl koersverliezen al eerder kunnen worden ‘gepakt’ op basis van goed koopmansgebruik.

Veel bedrijven zitten in hun maag met hun administratieve verplichtingen ten aanzien van cryptotransacties en de risico’s die de anonieme aard met zich meebrengt. Zegt de Staatssecretaris hier ook iets over?

De Staatssecretaris geeft aan dat er momenteel ‘verkennende onderzoeken’ worden verricht om de ondernemers handvatten te bieden. Hierbij is een belangrijk onderdeel de 5e EU anti-witwasrichtlijn die identificatieverplichtingen en andere regels bevat voor cryptoplatformen. De Staatssecretaris geeft verder geen concrete richtlijnen, maar eindigt met deze mysterieuze mededeling: ‘Ten aanzien van de fiscaliteit merk ik tot slot op dat er wordt gewerkt aan nader voorlichtingsmateriaal. Zodra dit gereed is, zal dat op de website van de Belastingdienst worden geplaatst.’ 

Wordt er verder nog iets gezegd over particulieren en hun crypto’s?

Ja, de Staatssecretaris geeft nog het volgende aan:

  • Crypto’s vormen in Box 3 een vermogensbestanddeel en moeten op de peildatum naar hun waarde in het economische verkeer worden gewaardeerd en aangegeven. Waar er verschillende koersen bestaan voor crypto’s, heeft het de voorkeur dat de belegger de koers rapporteert die overeenkomt met die van het omwisselplatform dat hij/zij ook daadwerkelijk gebruikt.
  • Als een persoon loon ontvangt in crypto’s, wordt dit loon gewaardeerd op de waarde die de crypto’s in het economische verkeer hebben op het uitbetaalmoment. De coins vormen zodoende ‘loon in natura’.
  • Het minen van crypto’s zal niet snel tot Box 1 inkomen leiden, al zal dit per geval beoordeel moeten worden. Dit is ook relevant voor IB-ondernemers die crypto’s inkopen en zo duurzaam overtollige liquiditeiten hebben; de crypto’s behoren dan doorgaans niet tot hun ondernemingsvermogen. Voor BV’s is dit echter anders, omdat die geacht worden hun onderneming met hun gehele vermogen te drijven.

Conclusie:

Vooralsnog worden crypto’s nog niet gezien als een met regulier geld vergelijkbaar middel. Dit heeft voor bedrijven voornamelijk gunstige effecten, al is denkbaar dat menig crypto-bedrijf de aangifte best zou willen opstellen met een bepaalde coin als functionele valuta, om zo koersrisico’s zo veel mogelijk uit te bannen.  De brief van de Staatssecretaris is met een expliciet voorbehoud gepubliceerd dus is de bovenstaande conclusie vooralsnog ‘in potlood geschreven’, maar duidelijk is wel dat crypto’s op de ambtelijke burelen inmiddels volop aandacht krijgen. Des te meer reden om nu mee te denken! Heeft u vragen? Neem gerust contact met ons op.